Initiatief Sprezzatura / Stichting Keunstwurk
Landelijk Symposium over Vormgeving in de Openbare Ruimte “Kwaliteit of Kosmetica”, 1998
Kwaliteit of Kosmetica Symposium over vormgeving in de openbare ruimte
De centrale vraag: Hoe kan vormgeving de kwaliteit van de openbare ruimte vergroten?
Achtergrond Vormgeving speelt een steeds grotere rol bij de profilering van de culturele identiteit. Bij deherinrichting van binnensteden wordt nadrukkelijker aandacht besteed aan vormgeving als een van de middelen ter verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte, terwijlook in buitenwijken aan de rand van dorpen en steden getracht wordt de amorfiteit te doorbreken door middel van bijv. toegepast kleurgebruik en markeringspunten.
Voor grotere steden is o.m. de wijze van de profilering van het bedrijfsleven van belang: de architectuur en stedebouwkundige invulling van bedrijfsconcentraties zijn zeer bepalend voor het aanzien en het imago van de stad, waarbij de toepassing van vormgeving veelal weinig gestructureerd plaatsvindt.
In kleinere kernen is de aandacht voor vormgeving nog incidenteler van aard en worden er vaak op ad hoc basis plannen ontwikkeld en uitgevoerd. Toch zijn ook hier, zij het sporadisch, interessante ontwikkelingen te signaleren.
In het semi-urbane landschap tenslotte wordt steeds meer waarde gehecht aan behoud van de oude landschapstructuur, waarbij bijv. de plaatsing van windmolens niet mag bijdragen tot horizonvervuiling. Grootschalige ingrepen in het landschap doen een nieuw beroep op ons gevoel voor maat en schaal. Criteria voor goede vormgeving moeten op dit terrein vaak opnieuw worden ontwikkeld en de "angst voor het nieuwe” speelt vaak heimelijk een rol.
De frictie tussen wat op macroniveau wordt bedacht en op microniveau wordt ervaren, dient zich bij grootschalige ingrepen bij uitstek aan. Vormgeving kan een schaamlap worden om noodzakelijke ingrepen acceptabel te maken. (Bijvoorbeeld design bij geluidswallen). De recente discussie over plaatsing en vormgeving van windturbines zet deze problematiek in meerdere opzichten op scherp.
Probleemstelling In de praktijk zijn de resultaten van het uitvoeren van vormgevingsvoorstellen zeer wisselend. Geslaagde vormgevingsexperimenten wisselen zich af met treurige praktijkvoorbeelden. Slechte vormgeving kan structurele gevoelens van onbehagen oproepen. De televisieserie "De woestijn leeft", die enkele jaren geleden werd uitgezonden, bracht pijnlijk aan het licht wat er op dat terrein zoal mis kan gaan. Wat ooit bedacht is op een tekentafel of in een vergaderkamer, kan er in de ogen van de man in de straat heel anders uitzien. Het publieke domein is kwetsbaar en de vormgeving daarvan evenzeer.
Zo er al sprake is van vormgeving als autonome discipline zit de vormgeving binnen de context van de openbare ruimte altijd ingeklemd tussen andere disciplines: planologie, stedebouw, landschapskunde, stedelijke landschapsarchitectuur, etc. Verschillende belangen en belanghebbenden spelen een rol. De intentie van de overheid als belangrijke opdrachtgever en kwaliteitsbewaker is niet altijd duidelijk.
Soms blijft vanuit de overheid een gericht vormgevingsbeleid dan ook volledig achterwege, met alle zichtbare, vaak negatieve gevolgen van dien. Het al dan niet succesvol toepassen van vormgeving is naast genoemde interdisciplinaire achtergrond afhankelijk van een complex van factoren. Zaken als een goede regievoering, een goed opdrachtgeverschap en het functioneren van welstandscommissies zijn onder andere van invloed. Het spanningsveld tussen markt en overheid, c.q. tussen private en collectieve belangen is vooral ook voelbaar: bij de vaak schaarse openbare ruimte kunnen private en markteconomische motieven haaks staan op het streven naar de kwaliteit van het bestaan.
Er is kortom een behoefte om goed zicht te krijgen op de concrete uitvoeringspraktijk. Ook aanbevelingen voor het voeren van een adequaat vormgevingsbeleid op basis van een goed inzicht in de praktijk is van belang.
Doel en vraagstelling van het Symposium Op het symposium staat de vraag centraal op welke wijze vormgeving kan bijdragen tot verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte.
Tijdens het symposium zal geen blauwdruk worden gegeven als antwoord op deze vraag. Wel zal aan de hand van drie praktijkvoorbeelden, die in principe de drie schaalniveaus van de openbare ruimte bestrijken, een analyse van de situatie in Friesland/Nederland worden gegeven. De problematiek wordt vanuit een landelijke optiek benaderd. Daarnaast wordt de situatie in Friesland als voorbeeld genomen, omdat hier de drie schaalniveaus in een overzichtelijk geheel naast elkaar aanwezig zijn. Op basis van een tijdens het symposium nader te vormen inzicht in de problematiek van de vormgevingspraktijk kunnen vervolgens aanbevelingen tot verbeteringen worden gedaan.
Uitwerking / Inhoud van het symposium De openbare ruimte wordt, zoals gesteld, benaderd vanuit drie schaalniveaus. Concreet wordt uitgegaan van: de kleine kern, de grote stad en het landelijk gebied. Per schaalniveau zal de algemene, landelijke problematiek worden geschetst. Vervolgens vindt er vanuit deze algemene visies een benadering plaats gericht op drie praktijkvoorbeelden die zich binnen één regio (Friesland) voordoen en in zekere zin exemplarisch zijn voor Nederland.
De drie praktijkvoorbeelden (casus) worden in bijlage 1 nader beschreven. Kort samengevat houden de casus het volgende in:
De kleine kern In Dokkum worden herinrichtingsplannen van de historische binnenstad met behulp van een vormgevingsvoorstel Verborgen Verleden Verbeeld doorgevoerd. Het initiatief tot herinrichting is gekomen vanuit de Dokkumer middenstand. Bij de ontwikkeling van de plannen is een centrale rol ingenomen door de Stichting Kultuer en Toerisme yn Fryslân. De geïntegreerde aanpak heeft geleid tot een integraal en uniform vormgevingsconcept.
De stad In Leeuwarden is in oktober 1997 een workshop gehouden met de opdracht te komenmetvormgevingsvoorstellen ter verbetering van het aanzien van de stedelijke as FEC - City. De bedijfsconcentratie langs deze as heeft, mede door het ontbreken van een duidelijke regie van de overheid, geleid tot een verbrokkeld aanzien met een lage score ten aanzien van de kwaliteit van de openbare ruimte.
Het platteland In het buitengebied van de provincie Friesland dienen ter voldoening aan vastgestelde quota windenergie windmolens te worden geplaatst. De plaatsing van deze molens in het landschap, maar ook de concrete vormgeving van deze molens is een voortdurende bron van discussie. Op het symposium worden o.a. de bevindingen van een studie/prijsvraag, waaraan kunstenaars en stedebouwkundigen hebben meegewerkt, in combinatie met een inventarisatie van de huidige ontwikkelingen aan de orde gesteld.
Opzet van het symposium In deze symposiumbundel worden de drie praktijkvoorbeelden via aparte katernen belicht. Het katern over de workshop vormgeving van de as FEC City Leeuwarden is in samenwerking met het Nederlands Vormgevingsinstituut gerealiseerd. In samenwerking met het blad Monumenten is in mei 1998 als aparte bijlage het katern over de herinrichting van Dokkum verschenen. Een aparte opdracht voor het schrijven van een katern over het onderdeel windmolens is tenslotte verstrekt aan de kunsthistorica Herma Hekkema.
Het symposium wordt in twee dagdelen gehouden.
In het ochtendgedeelte worden de deelnemers aan het symposium opgesplitst in drie groepen, die ieder voor zich ingaan op een van de schaalniveaus/casus. De deelnemers worden uitgenodigd te komen tot een beoordeling en stellingname ten opzicht van het een van de drie praktijkvoorbeelden. De methodiek voor deze workshopachtige benadering is in samenwerking met workshopleiders en gespreksleiders verder ontwikkeld.
In het middagdeel zullen na een afsluitende lezing gedurende de ochtend, drie inleiders aan het woord komen. (De inleider Jaap Huisman sluit het ochtendgedeelte af). Vanuit een brede optiek zullen zij ingaan op de hierboven geschetste problematiek, waarbij ieder één schaalniveau voor zijn rekening neemt. Iedere inleider wordt verzocht voor het desbetreffende schaalniveau te komen met een theoretisch denk- en werkmodel voor de wijze waarop vormgeving het beste kan worden toegepast. Bij de keuze van de inleiders is er naar gestreefd de volgende disciplines aan bod te laten komen:
- vormgeving en openbare ruimte;
- vormgevingskritiek;
- vormgevingspraktijk.
De inleiders, mede op voordracht van het Vormgevingsinstituut benaderd, zijn:
Drs Jaap Huisman, redacteur van de Volkskrant, gespecialiseerd in o.a. vormgeving;
Hans van der Markt, ontwerper, docent Design Academy Eindhoven, voorzitter commissie Stadsbeeld Eindhoven.
Dr Hans Elerie, historisch geograaf, directeur Vereniging Brede Overleggroep Kleine Dorpen in Drenthe;
Ir Huibert Groenendijk, industrieel ontwerper van o.a. windmolens en werkzaam bij Proforma Industrieel Rotterdam.
Als dagvoorzitter treedt op Ir Ap Timmermans, vanaf begin 1998 directeur van Hûs en Hiem, Welstandsadivisering en Monumentenzorg binnen Fryslân en daarvoor jarenlang wethouder ruimtelijke ordening van de gemeente Leeuwarden.
Voor de verzorging van de rapportages van de “workshops” gedurende de ochtend dragen de drie workshopleiders zorg. De workshopleiders zijn vanuit de praktijk beroepsmatig betrokken bij de vormgeving van de openbare ruimte:
Ir John Slot, stedebouwkundig projectleider bij de gemeente Leeuwarden voor het gebied rond de as FEC City ;
Ir Gerard Heins, stedebouwkundige en eigenaar van het bureau Heins Advies en docent Rijksuniversiteit Groningen;
Ir Lambertus de Jong, landschapsarchitect en werkzaam bij de provincie Friesland (landelijk gebied).
Opzet van de workshops Voor iedere workshop is een panel ingesteld dat dieper zal ingaan op de inhoud van de casus. Voorafgaand aan de paneldiscussie wordt voor de Herinrichting van Dokkum en de As FEC City Leeuwarden een korte videofilm vertoond. Tevens is er voor de drie afzonderlijke casus een kleine tentoonstelling ingericht.
De volgende personen zijn bereid gevonden zitting te nemen in de panels:
FEC CITY LEEUWARDEN (Gespreksleider Klaas Jansma)
Ir Hans Heijdeman van Architectenbureau Heijdeman en Tuinstra te Leeuwarden en voormalig Stadsarchitect van Leeuwarden,
Ir Miek Witsenburg van het gelijknamige bureau voor stedelijke landschapsarchitectuur Amsterdam en leider van de in oktober 1997 gehouden workshop FEC-City as Leeuwarden,
Drs Peter Karstkarel, kunsthistoricus te Leeuwarden (onder voorbehoud)
Een vertegenwoordiger vanuit het bedrijfsleven gesitueerd binnen het projectgebied, nl.de heer Freek Pasveer van het commercieel adviesbureau Hemmen en Solarz.
HERINRICHTING DOKKUM (Gespreksleider Geert van Tuinen)
Mevrouw Tilly Buij, kunstenares te Leeuwarden, tezamen met Gerard Groenewoud schepper van twee kunstwerken in het kader van de herinrichting heeft gerealiseerd;
De heer Rienk Terpstra, als voormalig directeur van de Stichting Kultuer en Toerisme yn Fryslân verantwoordelijk voor het plan Wel’kom Dokkum;
De heer Ir Broor Adema, als architect te Dokkum nauw betrokken bij de herinrichting van Dokkum;
De heer H. van der Veen, wethouder van de gemeente Dongeradeel (hoofdplaats Dokkum);
De heer A.van der Gang , middenstander te Dokkum.
WINDMOLENS (Gespreksleider Gryt van Duinen)
Ir Gunnar Daan, architect te Oosternijkerk;
Ir Chris Vegter, architect te Leeuwarden;
Dirk Hakze, kunstenaar te Sneek;
Ir Frans de la Haye, ontwerper te Den Haag.
terug